Algemene informatie

De Stichting Spoor- en Tramwegverzamelingen is opgericht op 18 maart 1975.

De stichting heeft tot doel het bestuderen en vastleggen van de geschiedenis van het spoor- en tramwegwezen in het algemeen en de stoomtractie in het bijzonder en tracht dit doel te bereiken door:

a)      Het bijeenbrengen, uitbreiden en beheren van op het doel betrekking hebbende boeken, tijdschriften, overdrukken, publicaties, foto’s, notities en andere documenten en manuscripten;
b)     Het openstellen van de verzameling voor serieuze belangstellenden;
c)      Het organiseren van tentoonstellingen;
d)     Het bijeenbrengen en beheren van geldmiddelen, waaruit de kosten van verwerving en bewaring van de verzameling en de overige kosten  die voor het bereiken van het doel nodig zijn, bestreden kunnen worden;
e)      Het verrichten van al hetgeen  overigens tot bevordering van het doel kan strekken.

Beleidsplan

Het beleid van de stichting richt zich op het verkrijgen van verzamelingen en geldmiddelen om haar doelstelling te verwezenlijken. De stichting maakt op gepaste wijze haar bestaan en doelstelling bekend bij haar bekende verzamelaars van boeken, tijdschriften, beeldmateriaal en andere archivalia op het gebied van spoor- en tramwegen.

Daarnaast richt de stichting zich op het inventariseren en in goede staat brengen en houden van de collectie, alsmede op het toegankelijk maken van de verschillende onderdelen van de collectie zodat deze kunnen worden geraadpleegd door belangstellenden in het spoor- en tramwegwezen en als bron kunnen dienen voor onderzoek en publicaties op dat gebied. Vanwege de bescheiden geldmiddelen en menskracht zoekt de stichting daartoe samenwerking met andere, verwante organisaties.

De stichting beoogt haar werkkapitaal door donaties, schenkingen en subsidies te vergroten teneinde haar mogelijkheden om de doelstellingen te verwezenlijken te verruimen. Bij het financiële beleid, in het bijzonder de uitgaven, staan doelmatigheid en soberheid voorop.

 

Bezoldigingsbeleid

De vijf bestuursleden verrichten hun werk zuiver als vrijwilligers en krijgen geen bezoldiging. Wel zijn direct gemaakte (administratieve en reis-) kosten declarabel bij de penningmeester. Van de mogelijkheid tot kostenvergoeding wordt slechts beperkt gebruik gemaakt.